Ik ben juist terug uit Oost-Congo, waar ik de activiteiten van de Broeders van Liefde heb bezocht. In 1994, net na de genocide in Rwanda, zijn we daar gestart: in Bukavu met onderwijs en de zorg voor geesteszieken, in Goma met zorg voor mensen met een handicap en geesteszieken en sinds een paar weken in Shabunda, eveneens met de zorg voor geesteszieken.
In 1994 was ik er ook, en bij een bezoek aan een vluchtelingenkamp waar een aantal van onze broeders werkzaam was kreeg ik de opmerking: “Uw broeders werken ook voor de vijand”. Ze verwezen naar hen die naar Rwanda waren teruggekeerd om daar de werken verder te zetten of opnieuw op te nemen. Ik antwoordde:”Maar we zijn ook hier”. Toen ik een paar dagen later in Rwanda was en met verantwoordelijken op het pas gevormde ministerie de heropbouw van onze psychiatrisch ziekenhuis besprak, hoorde ik plots dezelfde opmerking: “U werkt ook bij onze vijand”. En ik kon hetzelfde antwoord geven.
Broeder Stan Goetschalckx is één van de broeders die zich het lot van de vluchtelingen hebben aangetrokken. Reeds in 1993 was hij vanuit de congregatie gezonden om in de vluchtelingenkampen in Rwanda onderwijsprogramma’s op te zetten. Hij trok met de vluchtelingen mee tot in Uvira (Oost-Congo), waar hij een paar jaar verbleef en verschillende onderwijsprojecten opstartte. Hij bleef er tot hij in 1996 naar Tanzania vertrok, opnieuw met vluchtelingen, en is sindsdien in Kigoma werkzaam. Hij richtte er Ahadi op, met het doel om afstandsonderwijs te organiseren voor de duizenden jongeren die in de kampen verblijven.
Wanneer iemand voor de vluchtelingen werkt is het gevaar niet denkbeeldig dat hij door de anderen beschuldigd wordt om voor de vijand te werken. De woorden van 1994 herhalen zich in allerlei vormen. Wanneer men met mensen werkt en dagelijks hun leven deelt, is het ook niet mogelijk onbewogen te blijven voor het onrecht dat ze ondergaan. Men kan de ogen en de oren niet sluiten voor het leed van anderen. Is het zelfs niet de opdracht van religieuzen om stem te zijn van hen die geen stem meer hebben en voor hun belangen op te komen? Door hen te onderwijzen worden hen nieuwe levensperspectieven geboden, worden ze in hun menswaardigheid hersteld en worden ze ook aangemoedigd om op een vreedzame wijze te werken aan verzoening. Vredesopbouw was steeds een deel van het onderwijspakket dat in de vluchtelingenkampen werd aangeboden, wetende hoe moeizaam het is vanuit de opgelopen trauma’s zich voor te bereiden om terug te keren naar zijn land zonder zich te laten leiden door haat en afrekening.
Ondertussen zijn vele vluchtelingen teruggekeerd naar hun land, en vanuit Ahadi werd zowel in Burundi als in Congo verdere begeleiding voorzien.
Als congregatie hebben we Ahadi en de werking van Br. Stan Goetschalckx steeds voor 100 % gesteund, en ook internationaal mocht hij waardering ontvangen voor zijn werk, heel in het bijzonder wanneer hij twee jaar geleden in de Verenigde Staten de Opus-prijs in ontvangst mocht nemen.
Het is dan ook bijzonder jammer dat deze erkenning door sommigen met afgunst werd bejegend, en een lastercampagne werd opgezet. Br. Stan ging getuigen in Arusha en probeerde objectief te vertellen wat hij had meegemaakt als ooggetuige van de genocide. Ook dat werd hem door sommigen niet in dank afgenomen. Het is gemakkelijk om geruchten de wereld in te zenden, en in Afrika is de geruchtenmolen een sterk instrument om iemand te vernietigen. Mensen die Afrika kennen weten dat en houden daar rekening mee.
Het is dan ook zeer bedenkelijk dat zogenaamde experts uitgezonden door de Verenigde Naties om in eerste instantie de werking en de efficiëntie van de UNO-troepen te onderzoeken zich zomaar laten leiden door deze geruchten, en in het rapport een lijst geven van mensen die zouden meewerken om de huturebellen in Oost-Congo te ondersteunen. Beseffen ze welke schade ze aanbrengen aan deze mensen en de organisaties die ze vertegenwoordigen door geruchten zonder verdere verificatie zomaar voor waar te nemen en in een officieel document op te nemen?
Het rapport is officieel nog niet vrijgegeven, maar reeds verschillende weken worden uittreksels van dit rapport en nu zelfs het ganse rapport via de pers verspreid. Hoe is het mogelijk dat een rapport onder embargo toch vroegtijdig wordt verspreid; hier scheelt toch iets aan het systeem van de Verenigde Naties.
Toen ik de eerste maal van deze aantijgingen hoorde, haalde ik de schouders op. De realiteit is dat we zorgen voor hen die het slachtoffer werden van de vergrijpen van de soldaten in Oost-Congo. In Shabunda hebben we net een psychiatrische dienst geopend waar verkrachte en getraumatiseerde vrouwen worden verzorgd. De realiteit is ook dat we blijven zorgen voor de vluchtelingen en dat we meehelpen om hun reďntegratie zo vreedzaam mogelijk te laten verlopen. De realiteit is dat we in Rwanda zorgen voor mensen met een handicap en geesteszieken, zonder ooit de vraag te stellen naar etnie of afkomst. We werken, om het met een boutade te zeggen, voor de vijand langs beide kanten. Maar voor ons zijn het geen vijanden, maar medemensen die hulp, ondersteuning, onderwijs en zorg nodig hebben.
De media hebben het onderzoeksrapport nog voor we de officiële versie te zien krijgen, ruim bekendgemaakt en er hun versie over gegeven. Gelukkig heeft Br. Stan Goetschalckx de mogelijkheid gehad te reageren, en als congregatie wensen we deze reactie te ondersteunen en te bevestigen. Maar dat wil niet zeggen dat de beschuldiging, hoe onterecht ze ook mag zijn, ons geen schade brengt. We wachten op de officiële versie om rechtzetting te vragen, ook aan de Verenigde Naties en aan de experten die het rapport hebben opgemaakt. En ondertussen zullen we onverminderd verder werken, zonder etnische voorkeuren, op alle plaatsen waar mensen lijden en getroffen worden in hun menselijke waardigheid. Dat blijft onze eerste en enige opdracht.
Br. René Stockman
Generale overste
Broeders van Liefde